• Lions Club

    Serviceclubs vinden hun oorsprong in de eerste decennia van de vorige eeuw in de Verenigde Staten. Zo ook de Lions. Reeds in het midden van de 19e eeuw komt de naam 'lions' voor; clubs van mannen die zich bezighielden met de problemen van 'good government and good citizenship'.

    Onderling hulpbetoon stond daar bij voorop. Ook bestond er een groot aantal 'businessmen's circles', waarin groeps- en eigenbelang de overhand hadden.
    Het is de verdienste geweest van Melvin Jones, lid van zo'n 'circle', in te zien dat een grote groep invloedrijke zakenmensen een machtig potentieel zou kunnen vormen in het belang van de gemeenschap in het algemeen. Hij wist een groot aantal groepen te bundelen onder de naam Association of Lions Clubs. De constituerende vergadering vond plaats in Dallas (Texas) in oktober 1917.

    Nadat de eerste club buiten de Verenigde Staten (Canada) was ontstaan werd de naam gewijzigd in 'The International Association of Lions Clubs'.

    Lions is de grootste NGO (Niet Gouvernementele Organisatie) binnen de Verenigde Naties. Na de eerste wereldoorlog ontstonden er ook clubs buiten het Amerikaanse continent. De eerste Nederlandse club werd opgericht op 29 september 1951 te Amsterdam. Den Haag en Rotterdam volgden spoedig.

    De internationale organisatie telt bijna 1,4 miljoen leden, verenigd in meer dan 46 000 Lions clubs in 193 landen. LCI is daarmee wereldwijd de grootste organisatie van serviceclubs.
    Iedere Lions club kan binnen de spelregels die zijn vastgelegd in de Internationale, de MD 110 en de districtsstatuten een eigen karakter ontwikkelen.

    Nederland is opgedeeld in 6 districten. Samen vormen deze het Meervoudig District 110, met meer dan 11.500 leden verenigd in ruim 395 Lions clubs en 10 Leo Clubs.

    Er zijn 6 doelstellingen geformuleerd door Lions Clubs International:

    • het tot stand brengen en in stand houden van onderling begrip tussen de volkeren van de wereld;
    • het bevorderen van beginselen van goed overheidsbestuur en goed burgerzin;
    • een actieve belangstelling hebben voor het maatschappelijke, culturele, sociaal en moreel welzijn van de samenleving;
    • de lionsclubs verenigen in vriendschap, kameraadschap en wederzijds begrip
    • een ontmoetingsplaats bieden voor vrije gedachtewisseling over alle zaken van openbaar belang; maar over partijpolitieke en dogmatische-religieuze opvattingen zal door clubleden echter niet worden gedebatteerd;
    • het aanmoedigen van mensen die daarvoor openstaan om dienstbaar te zijn aan de samenleving zonder persoonlijke financiële voordelen; het aanmoedigen van doelmatigheid en het bevorderen van hoge waarden in beroep en bedrijf, zowel in openbare dienst als in persoonlijk handelen.